ONZE PROFEET (S.A.W.)

Het is mogelijk om in de wereld en in het hiernamaals een eervol, deugdzaam en goed persoon te zijn door onze Profeet Mohammed Moestafaa (S.A.W.), die naar de werelden is gezonden als genade, goed te kennen, goed te begrijpen en een ware oemma van hem te worden. Een mens kan niet eervol en deugdzaam zijn zonder onze Profeet te weten, te kennen en van hem te houden.

De naam van onze Profeet is Mohammed, zijn vader heet Abdoellah en zijn moeder heet Aamina. Toen hij zeven maanden in de baarmoeder van zijn moeder was, overleed zijn vader. Hij kwam in Mekka ter wereld op twintig april van het jaar 571; tegen de ochtend in de nacht van (maandag) 12 Rabie’ al-Awwal. Toen hij werd geboren leek hij op geen enkel ander kind. De noêr van profeetschap deed de ogen blinken van degenen die hem aankeken.

Tot vier jaar bleef hij bij zijn zoogmoeder Haliema. Daarna werd hij overgedragen aan zijn familie. Toen hij zes jaar was overleed zijn moeder Aamina. Zijn opa Abdoelmoettalib nam hem naast zich. Twee jaar na zijn moeder overleed zijn opa toen hij acht jaar was. Dit keer nam zijn oom Aboe Taalib hem naast zich.

De kind- en jeugdjaren van onze Profeet, zijn tijden waarin hij gehuwd was en ongehuwd, kortom zijn hele leven lang heeft hij veel deugd en volmaaktheid gehad die geen enkele mens heeft gehad.

Toen hij vijfentwintig jaar was trouwde hij met onze moeder Khadiedja al-Koebraa. Hij heeft nooit de afgoden aangebeden. Hij hield niet van ze al sinds zijn kinderjaren. Hij deed volgens het geloof van H’adhrat Ibraahiem ‘Alayhi-s Salaam aanbidding tot Allah. Van tijd tot tijd ging hij naar de grot van Hira nabij Mekka en dacht hij na over de kracht en grootsheid van Allah. Met de liefde die Allah hem in de eeuwigheid had geschonken vaarde hij over de zeeën van genegenheid, en deed hij dzikr (gedenking) aan Allah met de verlichting van de tawhied (eenheid van Allah) in zijn hart.

Toen onze Profeet op een dag weer in de grot van Hira was kwam Djibriel ‘Alayhi-s Salaam met bevel van Allah hem de taak van profeetschap verkondigen. Tegen de verlosser van de mensheid en geliefde van Allah H’adhrat Mohammed Sallallaahoe ‘Alayhi wa Sallam zei hij:

“Lees!” Onze Profeet (S.A.W.) zei: “Wat moet ik lezen?” Djibriel (A.S.) pakte onze Profeet vast, drukte hem tegen zich aan en liet hem los. Djibriel (A.S.) zei opnieuw:

“Lees!” onze Profeet (S.A.W.) zei: “Wat moet ik lezen?” Djibriel (A.S.) pakte onze Profeet opnieuw vast, drukte hem tegen zich aan en liet hem los en zei voor de derde keer:

“Lees!” onze Profeet (S.A.W.) zei: “Wat moet ik lezen?” Djibriel (A.S.) pakte onze Profeet voor de derde keer vast, drukte hem tegen zich aan en liet hem vervolgens los.

Op deze manier heeft Djibriel (A.S.) bij hem een spirituele operatie gedaan. Vervolgens heeft Djibriel (A.S.) de eerste vijf ayah (verzen) van soera al-‘Alaq voorgedragen (in vertaling):

“Lees! In de gezegende naam van jouw Heer, die jou heeft geschapen. Die de mens heeft geschapen uit een bloedklomp.”

“Lees! Want jou Heer is de meest Edele. Degene die onderwezen heeft met de pen. Hij leerde de mens datgene wat hij niet kende.”

Zo werd de taak van profeetschap gegeven aan H’adhrat Mohammed (Sallallaahoe ‘Alayhi wa Sallam). De Edele Koran is gecompleteerd in drieëntwintig jaar. Dertien jaar lang heeft hij de mensen in Mekka uitgenodigd naar het ware pad. Hij heeft vele kwellingen en ellende moeten doorstaan. Hij bleef geduldig tegenover alles en probeerde het wezen en eenheid van Allah te verspreiden. Vervolgens verhuisde (hidjra) hij naar Medina. En tien jaar lang heeft hij in Medina met al zijn kunnen zijn taak van profeetschap volbracht. Hij heeft de mensen de mensheid en beschaving geleerd. Hij heeft de duistere harten verlicht met het licht van de islam. Op deze manier heeft hij zijn taak volbracht. Hij is heengegaan op drieënzestig jarige leeftijd. Hij heeft de Edele Koran en zijn geprezen soenna, die de begeleiders zijn naar het ware, aanbevolen en toevertrouwd aan de mensen.

Moge gelukzaligheid en vrede zijn met jou o Profeet van Allah. Degene die jou daadwerkelijk weet en prijst is Allah Ta’aala, de Heer der werelden. Jij bent Mohammed Moestafaa (Sallallaahoe ‘Alayhi wa Sallam). Jij bent de genade der werelden. Jij bent de Profeet van alle mensen en djinn. Jij bent de zegel der profeten; de laatste der profeten. Over jou is gezegd: “Lawlaaka Lawlaak, La Maa Khalaqtoe-l Aflaak” (Als jij er niet zou zijn geweest, had Ik het universum niet geschapen).